Interventies in de klas

Interventies in de klas

Naast de activiteiten binnen mijn verschillende thema’s zet ik ook gerichte interventies in om de verbondenheid tussen kleuters structureel te versterken. Waar thema-activiteiten vaak gekoppeld zijn aan een bepaald onderwerp of een bepaalde week, zijn interventies voor mij bewust gekozen klasaanpakken die doorheen de dag of gedurende een langere periode kunnen terugkomen. Met deze interventies wil ik niet alleen inzetten op samen spelen en positief omgaan met elkaar, maar ook op sociale veiligheid, erkenning, betrokkenheid en het wij-gevoel in de klas. Ik kies bewust voor interventies die aansluiten bij de leefwereld van kleuters en die voor hen concreet, zichtbaar en begrijpelijk zijn. Tegelijk vind ik het belangrijk om kritisch te blijven kijken naar de haalbaarheid, de betrokkenheid van alle kleuters en het effect op de klasgroep.


Het begroetingsbord

Het begroetingsbord

Idee

Met het begroetingsbord wil ik elke dag op een warme en verbindende manier starten. Wanneer de kleuters binnenkomen kiezen ze in de kring één voor één een begroetingsvorm. Zo maken ze al van bij het begin van de dag op een positieve manier contact met elkaar. Ik kies bewust voor deze interventie, omdat ze laagdrempelig is en goed aansluit bij de leefwereld van kleuters. Door een begroetingsvorm te kiezen en samen uit te voeren, oefenen de kleuters op een speelse manier in contact maken, elkaar begroeten en zich openstellen voor elkaar. Als juf moedig ik de kleuters daarbij ook aan om elke dag een ander vriendje te kiezen, zodat ze met verschillende klasgenoten in contact komen. Dit draagt bij aan een warmere klassfeer en een sterker wij-gevoel. Tegelijk is het belangrijk dat kleuters kunnen kiezen welke begroetingsvorm voor hen fijn en veilig aanvoelt. Met deze interventie wil ik observeren of kleuters spontaner contact maken met elkaar, zich meer verbonden voelen met de groep en de schooldag op een positieve manier samen starten (Huyse & Vancraeyveldt, 2018).

Reflectie

Het begroetingsbord verliep in de praktijk heel goed. Ik was hier zelf wat door verrast, omdat ik dacht dat mijn kleuters het moeilijk zouden vinden om op hun beurt te wachten, maar dat was helemaal niet zo. Ze waren net heel gemotiveerd en keken er telkens naar uit om aan de beurt te komen. Ik zag dat ze nieuwsgierig volgden wie de andere kleuters kozen en welke begroetingsvorm ze gebruikten. In het begin kozen de kleuters nog niet spontaan een ander vriendje, maar na begeleiding en herhaling begon dit wel te groeien. Sommige sterkere kleuters begrepen dit al sneller en haalden dit ook zelf aan. Ik benoemde daarbij bewust waarom het belangrijk is om ook met andere vriendjes contact te maken. Na een tijdje zag ik dat kleuters dit meer uit zichzelf begonnen te doen. Ik merkte duidelijk dat deze interventie zorgde voor een warme en positieve start van de dag. Wat ook belangrijk was, is dat meedoen niet verplicht was. Als een kleuter eens niet wilde deelnemen, bijvoorbeeld omdat hij of zij moe was, gaf ik daar ruimte voor en benoemde ik dat dit oké was. Dat gebeurde weinig, want meestal wilden de kleuters graag meedoen.


De hulpkroon

De hulpkroon

Idee

Met de hulpkroon wil ik kleuters stimuleren om eerst hulp te vragen aan elkaar tijdens het vrij spel, in plaats van meteen naar de juf te komen. De kleuter die de hulpkroon draagt maakt zichtbaar dat hij of zij hulp nodig heeft. Wanneer een andere kleuter dit opmerkt kan die gaan helpen. Op die manier wil ik de kleuters laten ervaren dat ze elkaar kunnen ondersteunen en dat hulp niet alleen van de leerkracht hoeft te komen. Ik kies bewust voor deze interventie omdat ze inzet op zorgzaamheid, betrokkenheid en samenwerking tussen kleuters. Wat ik sterk vind is dat de hulpkroon de nadruk legt op de relatie tussen de kleuters onderling. Ze leren oog hebben voor elkaar, hulp aanbieden en samen naar oplossingen zoeken tijdens het spel. Tegelijk moet ik hier ook kritisch naar kijken. Niet elke kleuter zal spontaan hulp durven vragen of hulp aanbieden en sommige kleuters zullen hierbij meer ondersteuning nodig hebben. Daarom is het belangrijk dat ik deze manier van werken positief benoem en mee begeleid waar nodig. Met deze interventie wil ik observeren of kleuters elkaar sneller helpen, minder afhankelijk worden van de juf en meer zorgzaam gedrag tonen tijdens het spel (Boland et al., 2022; Huyse & Vancraeyveldt, 2018).

Reflectie

De hulpkroon verliep in het begin minder vlot, omdat de kleuters eerst niet goed begrepen wat de bedoeling was. Daardoor werd de kroon aanvankelijk weinig gebruikt. Door de interventie meerdere keren uit te leggen en te herhalen begonnen de kleuters het nut ervan beter te begrijpen. Na een tijdje probeerden enkele kleuters het uit en van daaruit groeide het gebruik stap voor stap. Het ging daarbij minder om zelf actief hulp vragen, maar eerder om hulp afwachten. De kracht van deze interventie lag vooral in het feit dat andere kleuters spontaan naar het vriendje met de hulpkroon gingen en vroegen wat er was. Daarna begonnen ze samen na te denken over een oplossing. Ik zag ook dat de kleuters minder snel meteen naar mij kwamen. Wat sterk werkte was dat kleuters onderling samen een probleem konden oplossen, een idee konden bedenken en elkaar hulp konden bieden. Het mooie daaraan vond ik dat die hulp vaak spontaan van een ander kleuter kwam. Zo ontstonden er meer contactmomenten tussen de kleuters en leerden ze dat ze ook bij elkaar terechtkunnen wanneer iets niet loopt zoals ze willen. Wat moeilijk bleef, was dat de interventie niet meteen duidelijk was voor de kleuters. Ze hadden echt herhaling en uitleg nodig om te begrijpen wat de hulpkroon betekende. Ik ben zelf eigenlijk niet tussengekomen in het oplossen van de problemen, maar volgde het wel goed op. Ik liet de kleuters zoveel mogelijk zelf zoeken naar een oplossing en dat verliep vaak heel goed. Daarom zou ik deze interventie zeker opnieuw gebruiken, omdat het als juf fijn is om te zien dat kleuters elkaar kunnen helpen en dat dit de verbondenheid tussen hen versterkt.


Weekendfoto's en klasverhalen

Idee

Met deze interventie wilde ik de brug maken tussen thuis en school. Ik heb eenmalig aan ouders gevraagd om in het weekend foto’s door te sturen van iets wat hun kleuter deed. Die foto’s bekeek ik nadien samen met de kleuters in de klas, zodat zij meer te weten kwamen over elkaars leefwereld, interesses en ervaringen buiten de school. Daarnaast maakte ik ook elke maandag bewust tijd om met de kleuters te praten over hun weekend. Zo kregen kleuters de kans om iets te vertellen over wat ze thuis hadden gedaan, ook wanneer er geen foto was. Ik koos bewust voor deze interventie, omdat verbondenheid niet alleen groeit door samen te spelen, maar ook door elkaar beter te leren kennen. Wanneer kleuters elkaars verhalen horen en beelden zien van thuiservaringen, ontstaat er meer herkenning, interesse en gesprek. Wat ik hier sterk aan vind is dat ook kleuters die in het spel minder opvallen via hun verhaal of foto toch een zichtbare plaats kunnen krijgen in de groep. Daarom vind ik het belangrijk om deze interventie breed te bekijken: niet alleen via foto’s, maar ook door ruimte te geven aan mondeling vertellen, iets mee te brengen of samen met mij een verhaal te verwoorden. Met deze interventie wil ik observeren of kleuters meer interesse tonen in elkaar, spontaner gesprekken aanknopen en zich sterker verbonden voelen met de klasgroep (Huyse & Vancraeyveldt, 2018; Aerden, 2023).

Reflectie

De interventie met weekendfoto’s en klasverhalen verliep in de praktijk heel fijn. Zowel voor mij als juf als voor de kleuters was het interessant om meer van elkaars leefwereld te zien en te leren kennen. De foto’s maakten zichtbaar dat elke kleuter anders is, andere dingen doet, andere interesses heeft en thuis ook andere ervaringen beleeft. Dat zorgde ervoor dat zowel ik als de kleuters elkaar beter leerden kennen. Ik deed zelf ook mee door mijn eigen verhaal te vertellen en foto’s te tonen van wat ik had gedaan. Ook dat vonden de kleuters fijn en interessant. Tijdens de kringmomenten waren ze heel nieuwsgierig naar elkaars verhalen en foto’s. Ik merkte dat er nadien ook nog over gepraat werd en dat kleuters zich dingen begonnen af te vragen over elkaar. Daardoor groeide de interesse in elkaars leefwereld en leerden ze elkaar beter kennen, wat hen ook dichter bij elkaar bracht. Ook stillere kleuters kwamen hierbij duidelijk aan bod, vooral wanneer ze hun eigen foto’s zagen. Het zien van hun foto’s, hun ouders en hun thuisomgeving lag dicht bij hun leefwereld en comfortzone, waardoor ze zichtbaar opgewonden waren om erover te vertellen. Door de beperkte tijd en het grote aantal kleuters konden we niet per kind heel lang stilstaan bij elk verhaal, ook al vonden de kleuters dit duidelijk boeiend. Daarom maakte ik er bewust een terugkerend moment van op maandag, zodat er regelmatig ruimte bleef om meer over elkaar te weten te komen. Ik moest hierbij weinig ondersteunen. Meestal liet ik de foto zien en stelde ik een korte vraag, zoals wat ze daar deden, waarna de kleuters spontaan hun eigen verhaal vertelden. Soms stelde ik nog een verdiepende vraag, maar het meeste kwam echt uit henzelf. Voor mij werkten de foto’s het sterkst, omdat kleuters dan letterlijk konden zien wat een ander had gedaan. Ik zou deze interventie daarom zeker opnieuw gebruiken en zelfs graag elke maandag herhalen, omdat ze heel sterk helpt om kleuters elkaar beter te laten leren kennen en zo de verbondenheid in de klas te versterken.


Het hartjesgesprek rond lieve en kwetsende woorden

De hartjesactiviteit

Idee

De hartjesactiviteit zet ik in tijdens het thema vriendschap, maar ik zie ze ook als een sterke interventie rond verbondenheid en sociale veiligheid. In deze activiteit staat een rood hartje symbool voor iemands gevoelens. Wanneer er lieve woorden gezegd worden blijft het hartje mooi. Wanneer er kwetsende woorden gezegd worden wordt het hartje gekreukeld. Nadien probeer ik het opnieuw glad te maken, maar de kreukels blijven zichtbaar. Ik vind deze interventie sterk, omdat ze voor kleuters heel concreet en visueel maakt wat woorden met iemand kunnen doen. Via deze activiteit wordt verbondenheid tastbaar en leren kleuters beter begrijpen waarom vriendelijk spreken belangrijk is voor een warme klasgroep. Zo draagt de interventie bij aan respect, empathie en bewustwording. Wel is het belangrijk dat ik deze activiteit veilig begeleid. Het doel is niet dat kleuters zich schuldig voelen, maar dat ze leren inzien dat woorden gevolgen hebben en dat we samen kunnen oefenen om zorgzaam met elkaar om te gaan. Met deze interventie wil ik observeren of kleuters meer begrip tonen voor gevoelens van anderen en gevoeliger worden voor de impact van woorden (Boland et al., 2022; Huyse & Vancraeyveldt, 2018).

Reflectie

Het hartjesgesprek verliep in de praktijk heel goed. De kleuters waren meteen nieuwsgierig naar wat ik ging vertellen en volgden het verhaal heel aandachtig. Ze reageerden ook heel sterk op het hartje en op het kreuken ervan. Ik zag verdrietige gezichten en hoorde reacties zoals “oh nee” en “dat is niet lief”, wat liet zien dat ze goed mee waren in het verhaal. In het begin heb ik duidelijk uitgelegd dat het hartje symbool stond voor iemands gevoelens, zodat de kleuters goed begrepen wat ik wilde tonen. Daardoor konden ze zich ook echt inleven in wat kwetsende woorden met iemand doen. Tijdens de activiteit liet ik de kleuters in de kring eenmalig kwetsende woorden zeggen en maakte ik zichtbaar wat dat met het hartje deed. Zo zagen ze heel concreet welk effect woorden kunnen hebben. Ik merkte dat dit hen aan het denken zette over gevoelens en over hoe je een ander kan kwetsen. Wat sterk werkte aan deze interventie, was dat ze heel visueel en tastbaar maakte wat anders vaak abstract blijft. Moeilijkheden waren er eigenlijk niet en de activiteit bleef veilig voor de kleuters. Ik zie dit ook als een interventie die je niet voortdurend opnieuw doet, maar wel één keer krachtig inzet en waar je daarna nog vaak naar kan teruggrijpen. Wanneer er later een conflict is of een kleuter boos of verdrietig is kan ik de link met het hartje opnieuw maken. Daarom zou ik deze interventie zeker opnieuw gebruiken, omdat ze kleuters helpt om zich beter in te leven in een ander en bewuster om te gaan met lieve en kwetsende woorden.


Waarom ik voor deze interventies kies

Ik kies bewust voor deze vier interventies, omdat ze elk op een andere manier bijdragen aan het versterken van de verbondenheid tussen kleuters in mijn klas. Verbondenheid groeit voor mij niet door één losse activiteit, maar door herhaalde en betekenisvolle momenten waarin kleuters elkaar ontmoeten, beter leren kennen, elkaar helpen en leren omgaan met gevoelens en sociale situaties (Boland et al., 2022; Huyse & Vancraeyveldt, 2018; Vansteenkiste & Soenens, 2025). De kracht van deze interventies ligt in het feit dat ze verschillende dimensies van verbondenheid aanspreken. Het begroetingsbord stimuleert positief contact en een warme start van de dag. De hulpkroon ondersteunt wederzijdse hulp en zorgzaamheid tijdens het spel. De weekendfoto’s en klasverhalen versterken de onderlinge kennismaking en interesse in elkaars leefwereld. De hartjesactiviteit maakt ten slotte zichtbaar welke impact woorden hebben op gevoelens en op de sfeer in de groep. Tegelijk blijf ik deze interventies kritisch benaderen. Hun effect hangt niet alleen af van de interventie zelf, maar ook van de manier waarop ik ze als leerkracht invoer, begeleid en herhaal in de klas. Daarom zie ik deze interventies niet als losse activiteiten, maar als doelgerichte pedagogische keuzes waarmee ik wil nagaan of kleuters meer contact maken met elkaar, meer zorgzaam gedrag tonen en zich sterker verbonden voelen met de klasgroep.

Afsluiting

Werken aan verbondenheid hoeft niet altijd groots te zijn. Vaak begint het bij kleine, bewuste momenten doorheen de dag: een warme begroeting, een luisterend oor, een kind dat een ander helpt, een gesprek na een conflict of een activiteit waarin kleuters samen iets beleven. Met deze website hoop ik leerkrachten te inspireren om verbondenheid een vaste plaats te geven in hun klaswerking. Elke klasgroep is anders, maar elke kleuter heeft nood aan veiligheid, erkenning en het gevoel erbij te horen. Door bewust te kijken naar samenspel, gevoelens, hulpgedrag en positieve interacties kunnen leerkrachten stap voor stap bouwen aan een warme klasgroep waarin kleuters samen spelen, samen leren en samen groeien.