Mijn rol als leerkracht

Inleiding

Als leerkracht speel ik een belangrijke rol in het versterken van verbondenheid tussen kleuters (Vansteenkiste & Soenens, 2025; Huyse & Vancraeyveldt, 2018). Verbondenheid ontstaat niet vanzelf, maar groeit in een klas waar kleuters zich veilig, gezien en gewaardeerd voelen (Huyse & Vancraeyveldt, 2018). Tijdens mijn stage merk ik dat mijn manier van omgaan met kleuters een grote invloed heeft op hoe zij zich voelen in de groep en hoe zij met elkaar omgaan. Daarom vind ik het belangrijk om bewust stil te staan bij mijn rol als leerkracht.

In mijn bachelorproef onderzoek ik hoe ik via mijn interacties, begeleiding en klasaanpak kan bijdragen aan een warme, veilige en verbonden klasgroep. Daarbij baseer ik mij onder andere op het lerarenkompas met ABC-stijlen (Vansteenkiste & Soenens, 2025). Dit model toont hoe een leerkracht op een motiverende en ondersteunende manier kan handelen, met aandacht voor zowel autonomie-ondersteunend als structuur. Voor mijn klaspraktijk betekent dit dat ik wil inzetten op een houding die kleuters ruimte geeft, hen begrijpt, begeleidt en ondersteunt zonder de nodige duidelijkheid te verliezen.

Hoe ik mijn rol als leerkracht invul

In mijn klas wil ik bewust handelen vanuit een ABC-ondersteunende stijl (Vansteenkiste & Soenens, 2025). Dat betekent dat ik niet kies voor een controlerende of afstandelijke aanpak, maar voor een aanpak waarin kleuters zich emotioneel veilig voelen en tegelijk voldoende houvast krijgen (Vansteenkiste & Soenens, 2025; Huyse & Vancraeyveldt, 2018). Ik wil een leerkracht zijn die kleuters helpt groeien in verbondenheid door hen ernstig te nemen, hun gevoelens te erkennen en hen stap voor stap te begeleiden in sociale situaties (Huyse & Vancraeyveldt, 2018; Vansteenkiste & Soenens, 2025).

1. Ik wil participatief omgaan met kleuters

Een participatieve houding betekent voor mij dat ik kleuters actief betrek bij wat er in de klas gebeurt. Ik wil hen laten ervaren dat hun stem ertoe doet. Dat kan in kleine dingen zitten, zoals samen nadenken over klasafspraken, een activiteit mee vormgeven of tijdens een kringmoment ruimte krijgen om iets te vertellen.

Door kleuters inspraak te geven, voelen zij zich meer betrokken bij de klasgroep. Ze ervaren dat ze meetellen en dat hun mening belangrijk is. Dat draagt bij aan hun gevoel van verbondenheid, omdat ze niet alleen deel uitmaken van de groep, maar zich ook echt gehoord voelen binnen die groep (Vansteenkiste & Soenens, 2025).

2. Ik wil afstemmend reageren op gevoelens en noden

Een afstemmende leerkrachthouding betekent dat ik probeer te kijken naar wat een kleuter nodig heeft. Ik wil niet enkel reageren op gedrag, maar ook begrijpen wat daaronder zit. Wanneer een kleuter zich terugtrekt, boos reageert of moeilijk aansluiting vindt, probeer ik sensitief te kijken naar wat deze kleuter op dat moment nodig heeft: geruststelling, nabijheid, hulp bij woorden geven aan gevoelens of ondersteuning in contact met anderen.

Voor mij is dit een belangrijk onderdeel van verbondenheid. Kleuters voelen zich pas echt veilig in de klas wanneer ze merken dat hun gevoelens gezien en erkend worden. Door afstemmend te reageren, wil ik een klasomgeving helpen creëren waarin kleuters zichzelf mogen zijn en waarin ook moeilijke gevoelens een plaats krijgen (Huyse & Vancraeyveldt, 2018).

3. Ik wil kleuters begeleidend ondersteunen in sociale situaties

Als kleuters ruzie maken, elkaar uitsluiten of nog niet goed weten hoe ze samen kunnen spelen, zie ik het als mijn taak om hen daarin te begeleiden. Ik wil conflicten niet alleen oplossen voor de kleuters, maar hen helpen om stap voor stap te leren hoe zij zelf met moeilijke situaties kunnen omgaan.

Dat betekent dat ik hen help om naar elkaar te luisteren, gevoelens te benoemen, te verwoorden wat er gebeurd is en samen naar een oplossing te zoeken. Ook tijdens spelmomenten wil ik begeleidend aanwezig zijn. Ik wil kansen zien om kleuters met elkaar te verbinden, stille kleuters te ondersteunen bij het zoeken van aansluiting en positief samenspel te stimuleren.

Zo wil ik niet enkel reageren wanneer het moeilijk loopt, maar ook preventief werken aan verbondenheid tussen kleuters (Huyse & Vancraeyveldt, 2018).

4. Ik wil verhelderend en structurerend werken

Naast warmte en afstemming hebben kleuters ook nood aan duidelijkheid en structuur. Daarom vind ik het belangrijk om verwachtingen helder te maken, afspraken rustig uit te leggen en situaties mee te verwoorden. Een verhelderende stijl helpt kleuters begrijpen wat er van hen verwacht wordt en wat zij kunnen doen in sociale situaties.

Wanneer kleuters weten waar ze aan toe zijn, voelen zij zich veiliger. Die voorspelbaarheid en duidelijkheid geven rust in de klas. Voor mij betekent dit dat ik regels niet streng of controlerend wil opleggen, maar op een warme manier wil verduidelijken. Zo combineer ik structuur met verbondenheid (Vansteenkiste & Soenens, 2025).

Mijn rol in functie van verbondenheid

Vanuit mijn bachelorproef groeit voor mij het besef dat verbondenheid niet alleen ontstaat door activiteiten, maar vooral ook door mijn dagelijkse houding als leerkracht. Kleine interacties maken daarbij een groot verschil: een persoonlijke begroeting, het benoemen van een gevoel, het geven van positieve bevestiging, het helpen zoeken naar woorden of het ondersteunen van een kleuter die moeilijk aansluiting vindt (Huyse & Vancraeyveldt, 2018; Vansteenkiste & Soenens, 2025).

Ik wil daarom bewust werken aan een klaspraktijk waarin ik:

Mijn groei als student-stagiaire

Als student-stagiaire leer ik steeds bewuster kijken naar mijn eigen rol in de klas. Ik merk dat verbondenheid niet enkel afhangt van de kleuters zelf, maar ook sterk beïnvloed wordt door hoe ik aanwezig ben, communiceer en begeleid. Daarom wil ik tijdens mijn stage niet alleen activiteiten uitvoeren die verbondenheid stimuleren, maar ook kritisch blijven nadenken over mijn eigen leerkrachtstijl.

Ik wil groeien in een houding die tegelijk warm, sensitief, duidelijk en ondersteunend is. Op die manier hoop ik mee te bouwen aan een klas waarin kleuters zich veilig voelen, zichzelf mogen zijn en stap voor stap leren om zorgzaam en positief met elkaar om te gaan (Huyse & Vancraeyveldt, 2018; Vansteenkiste & Soenens, 2025).