Activiteiten rond verbondenheid

Thematische activiteiten waarin kleuters samen leren, samenwerken en verbondenheid ervaren.

Inleiding bij de thematische werking

Binnen mijn bachelorproef krijgt verbondenheid niet alleen vorm in losse interventies of kringmomenten, maar ook in de dagelijkse thematische klaswerking. In elk thema ontwerp ik activiteiten waarin kleuters niet enkel nieuwe inhouden leren, maar ook ervaren wat het betekent om erbij te horen, samen iets op te bouwen, rekening te houden met elkaar en zich veilig te voelen in de groep. Verbondenheid is daarbij geen bijkomend doel naast het leren, maar een pedagogische lijn die doorheen de volledige klaspraktijk zichtbaar wordt. De thematische activiteiten zijn daarom bewust opgebouwd vanuit dezelfde ontwerpkeuzes die ook op mijn website en in mijn bachelorproef centraal staan. Ik voorzie groepsmomenten die het wij-gevoel versterken, opdrachten waarin kleuters elkaar echt nodig hebben, een duidelijke maar warme structuur, ruimte voor inspraak, gerichte ondersteuning voor stillere of minder mondige kleuters en afsluitingen waarin samen wordt teruggeblikt op gevoelens, samenwerking en samenspel. Ook mijn rol als leerkracht sluit hierop aan: ik werk participatief, afstemmend, begeleidend en verhelderend. Ik benoem positief sociaal gedrag expliciet, help kleuters woorden geven aan wat ze voelen of nodig hebben en begeleid kleine spanningen herstelgericht. Door op deze manier thematisch te werken, ontstaat er samenhang tussen mijn praktijkprobleem, mijn onderzoeksvraag, mijn ontwerpeisen en mijn concrete klasaanpak. De thema’s hieronder tonen hoe ik verbondenheid niet alleen beschrijf of belangrijk vind, maar ook doelgericht ontwerp, uitvoer en zichtbaar maak in mijn klaspraktijk.


Thema 1: Kriebelbeestjes

Binnen het thema kriebelbeestjes werk ik aan verbondenheid door kleuters samen te laten ontdekken en verwonderen. Ze kijken, zoeken, vergelijken en vertellen samen, waardoor er spontaan interactie ontstaat. Tegelijk organiseer ik kleine samenwerkingsopdrachten waarin kleuters elkaar nodig hebben en oefenen in luisteren, helpen en overleggen. In dit thema ligt de nadruk vooral op samen beleven, samen onderzoeken en samen terugblikken.

1.1 Impressie: zoeken naar kriebelbeestjes

De impressieactiviteit vormt een sterke start voor verbondenheid, omdat de kleuters samen op onderzoek gaan en de verwondering van het ontdekken met elkaar delen. Door in duo’s te werken worden zij uitgenodigd om materiaal te delen, te wachten op elkaar en waarnemingen samen te verwoorden. De activiteit creëert geen competitieve sfeer, maar een gezamenlijke zoektocht waarin elke vondst een gedeeld succes wordt. Als leerkracht stimuleer ik daarbij niet alleen het observeren van kriebelbeestjes, maar ook het sociale proces errond: samen kijken, samen benoemen en elkaar helpen. Zo wordt de eerste thematische ervaring meteen ook een ervaring van samen leren.

Open activiteitenfiche

1.2 Gevoelensweb

In het gevoelensweb wordt verbondenheid letterlijk zichtbaar gemaakt. Door elkaar complimenten te geven en een draad door te geven ervaren kleuters dat iedereen een plaats heeft in het groepsgeheel en dat de groep mee gevormd wordt door positieve woorden en aandacht voor elkaar. Deze activiteit versterkt het klasweefsel op een symbolische en ervaringsgerichte manier. Ze biedt ook ruimte aan stillere kleuters, omdat elke kleuter expliciet gezien en aangesproken wordt. Als leerkracht bewaak ik de rust, de beurtname en de kwaliteit van de interactie, zodat de activiteit niet oppervlakkig blijft, maar echt bijdraagt aan erkenning en groepsverbondenheid.

Open activiteitenfiche

1.3 Insectenhuizen

Bij het bouwen van insectenhuizen werken kleuters per duo aan één gezamenlijk resultaat. Daardoor moeten zij overleggen, materiaal delen, keuzes maken en hun ideeën op elkaar afstemmen. De verbondenheid ontstaat hier niet alleen doordat ze samen bouwen, maar vooral doordat ze ervaren dat hun bouwwerk sterker wordt wanneer ze luisteren, helpen en bijsturen. De opdracht vraagt van kleuters dat ze rekening houden met elkaars voorstel en samen zoeken naar een oplossing wanneer iets nog niet werkt. Mijn begeleiding richt zich daarom evenzeer op het samenspel als op het bouwen zelf. Zo wordt de bouwactiviteit een concrete oefenkans in samen verantwoordelijkheid dragen.

Open activiteitenfiche

1.4 Muzische vorming: kriebelmuziek

Tijdens kriebelmuziek ervaren kleuters verbondenheid via afstemming. Ze maken samen muziek, reageren op een gemeenschappelijk signaal en leren dat het geheel alleen klopt wanneer iedereen luistert en zijn spel afstemt op de groep. Hierdoor verschuift de focus van individueel musiceren naar samen iets tot stand brengen. Omdat elk kleuter bijdraagt aan dezelfde muzikale sfeer, ontstaat een sterk gevoel van groepsdeelname. Als leerkracht maak ik die onderlinge afhankelijkheid zichtbaar door positief te benoemen wanneer kleuters goed kijken, luisteren en meebewegen met elkaar. Verbondenheid krijgt hier vorm als gezamenlijk ritme en wederzijdse afstemming.

Open activiteitenfiche

1.5 Kriebelnood

In kriebelnood werk ik aan verbondenheid door een gezamenlijke missie centraal te zetten. De kleuters zijn niet enkel individuele spelers, maar maken deel uit van een groep onderzoekers en helpers die samen een opdracht uitvoeren. Door beurtgedrag, meedenken en gedeeld enthousiasme ervaren zij dat iedereen kan bijdragen aan het groepsproces. Ook kleuters die niet zelf aan de beurt zijn, blijven betrokken doordat hun kijken, luisteren en ondersteunen betekenis krijgt. Mijn rol bestaat erin om die gezamenlijke betrokkenheid te versterken en te verwoorden. Daardoor groeit het gevoel dat we samen verantwoordelijkheid dragen voor wat er in de activiteit gebeurt.

Open activiteitenfiche

1.6 Sorteerwedstrijd

De sorteerwedstrijd biedt kansen om verbondenheid op een meer denkende en overleggerichte manier te oefenen. Kleuters moeten samen redeneren, verschillen in mening hanteren en tot een gezamenlijke keuze komen. Daardoor leren ze dat samenwerken niet alleen betekent dat je naast elkaar werkt, maar ook dat je luistert, argumenteert en soms bijstuurt. De activiteit maakt zichtbaar hoe kleuters omgaan met verschillen: kunnen ze elkaar ruimte geven, elkaars idee horen en samen een oplossing vinden? Als leerkracht begeleid ik dit proces door niet onmiddellijk het juiste antwoord te geven, maar door het overleg tussen kleuters te ondersteunen. Zo wordt verbondenheid gekoppeld aan samen denken.

Open activiteitenfiche

1.7 Verankering: quiz

De quiz vormt een verbindende afsluiting, omdat de kleuters samen terugblikken op gedeelde ervaringen binnen het thema. De kracht van deze activiteit ligt niet in het juist beantwoorden op zich, maar in het gezamenlijke herinneren, aanvullen en ondersteunen. Kleuters ervaren dat ze als groep geleerd hebben en dat kennis ook iets gemeenschappelijks kan zijn. Door antwoorden samen op te bouwen in plaats van individueel te beoordelen blijft het groepsgevoel centraal staan. Mijn begeleiding zorgt ervoor dat elke inbreng telt en dat de quiz een positief, bevestigend slot wordt. Zo eindigt het thema met een gedeelde succeservaring.

Open activiteitenfiche

Thema 2: Boerderij

Binnen het thema boerderij werk ik aan verbondenheid door herkenbare inhouden uit de leefwereld van kleuters te verbinden met activiteiten waarin samenwerken, samen beleven en samen creëren centraal staan. De boerderij biedt veel concrete aanknopingspunten om kleuters niet alleen iets te laten leren over dieren, producten en beroepen, maar hen ook te laten ervaren hoe je als groep tot een resultaat komt. In dit thema krijgt verbondenheid vorm via gezamenlijke verkenning, coöperatief spel, gedeelde creatie en reflectie op samenspel.

2.1 Impressieactiviteit: Het leven op de boerderij

De impressieactiviteit vormt binnen dit thema de gezamenlijke start waarin de klas als groep betekenis opbouwt rond de boerderij. Door samen te luisteren, kijken, bewegen en woorden te verzamelen, ontstaat een gedeelde thematische basis. Het gezamenlijke boerderijbord versterkt daarbij het wij-gevoel: de kleuters ervaren dat wat op het bord komt niet van één kleuter is, maar van de groep. Deze activiteit is belangrijk voor verbondenheid, omdat ze een gemeenschappelijke ervaring creëert waarop later kan worden verdergebouwd. Als leerkracht benoem ik expliciet dat dit “ons bord” is en dat we samen kennis opbouwen. Zo krijgt verbondenheid al vanaf de impressie een zichtbare plaats.

Open activiteitenfiche

2.2 Boerderij detectives

In de activiteit rond boerderijdieren en producten werk ik aan verbondenheid door kleuters samen te laten redeneren, koppelen en reconstrueren. De kracht van deze activiteit zit in het feit dat kleuters niet enkel een juist antwoord geven, maar elkaar nodig hebben om de ketens opnieuw correct te leggen. Zeker in de fase waarin het materiaal bewust gemixt wordt, verschuift de aandacht van individueel weten naar samen zoeken. Hierdoor wordt overleg gestimuleerd en krijgt ook de stillere kleuter meer kansen om in een kleinere setting deel te nemen. Mijn begeleiding richt zich op het zichtbaar maken van helpend gedrag, beurtname en gezamenlijke besluitvorming. Zo wordt een cognitieve activiteit tegelijk een sociaal verbindend moment.

Open activiteitenfiche

2.3 Boerderij van de klas

De bouwactiviteit in de constructiehoek sluit rechtstreeks aan bij mijn ontwerpeisen om doelgerichte samenwerking tussen kleuters te stimuleren en het wij-gevoel in de klas te versterken. De kleuters bouwen niet naast elkaar, maar werken samen aan één grote boerderij. Daardoor moeten ze hun ideeën op elkaar afstemmen, materiaal delen en overleggen over waar onderdelen komen. De verbondenheid ontstaat hier uit het samen ontwerpen en uit het ervaren dat het bouwwerk groter en rijker wordt wanneer iedereen bijdraagt. Omdat verschillende rollen mogelijk zijn, krijgt elke kleuter een betekenisvolle plaats in het geheel. Ik ondersteun dit door overleg te stimuleren, positieve sociale interacties expliciet te benoemen en ook kleuters die minder spontaan initiatief nemen actief bij het samenspel te betrekken.

Open activiteitenfiche

2.4 Turnles: Samen sterk in evenwicht

In deze turnactiviteit werk ik aan verbondenheid door groepssucces belangrijker te maken dan individuele prestatie. Dat gebeurt vooral in het eilandenspel, waar niemand afvalt en de groep samen verantwoordelijkheid draagt om iedereen erbij te houden. Ook in de opwarming en de parcoursmomenten leren kleuters rekening houden met elkaar, wachten op hun beurt en zich veilig bewegen in functie van de ander. De activiteit ondersteunt dus niet alleen motorische doelen, maar ook het sociale besef dat we elkaar nodig hebben. Mijn begeleiding maakt dat expliciet door plaats maken, helpen en aanmoedigen zichtbaar te waarderen. Zo groeit verbondenheid vanuit gedeelde beweging en wederzijdse zorg.

Open activiteitenfiche

2.5 Turnles: Vriendjes in beweging

In deze turnles staat verbondenheid zeer centraal, omdat de kleuters de opdrachten samen met een vriendje uitvoeren. Ze werken in duo’s en moeten tijdens de opdrachten rekening houden met elkaar: samen vertrekken, op elkaar wachten, elkaar helpen en hun beweging afstemmen op het tempo van de ander. Het gaat dus niet om individueel presteren of zo snel mogelijk klaar zijn, maar om samen tot een goed resultaat komen. Doordat de duo’s bewust worden samengesteld krijgen kleuters ook de kans om met andere klasgenoten samen te werken en elkaar beter te leren kennen. Tijdens de les benoem ik expliciet wat goed samenwerken inhoudt, zoals wachten, helpen, luisteren en elkaar aanmoedigen. Zo werk ik niet alleen aan motorische doelen, maar ook heel gericht aan sociaal gedrag en aan een positieve, verbonden sfeer binnen de klasgroep.

Open activiteitenfiche

2.6 Wie of wat ben ik?

In deze activiteit werk ik aan verbondenheid door een speelse werkvorm te gebruiken waarbij kleuters elkaar echt nodig hebben. De kleuter met het kaartje op het hoofd kan het antwoord niet alleen vinden, maar is afhankelijk van de tips van de anderen. Daardoor leren de kleuters niet alleen luisteren en nadenken, maar ook elkaar helpen op een respectvolle manier. Ik bewaak daarbij dat ze om de beurt spreken, naar elkaar luisteren en bruikbare tips geven zonder het antwoord meteen te verklappen. Zo wordt deze activiteit niet alleen een taal- en denkspel, maar ook een moment van samen leren, elkaar ondersteunen en het groepsgevoel versterken.

Open activiteitenfiche

Thema 3: Vriendschap

Binnen het thema vriendschap staat verbondenheid niet alleen centraal als pedagogisch doel, maar ook als expliciete inhoud van het leren. In dit thema maak ik gevoelens, verschillen, hulpgedrag, samenspel en herstel bij conflicten bespreekbaar. Tegelijk blijft mijn aanpak afgestemd op kleuters: ik werk met herkenbare situaties, veel concreet materiaal, rollenspel, beweging en kleine samenwerkingsmomenten. Daardoor leren kleuters niet alleen praten over vriendschap, maar oefenen ze die ook daadwerkelijk in de klaspraktijk.

3.1 Impressieactiviteit: Wat doen vriendjes?

In deze impressieactiviteit werk ik aan verbondenheid door te vertrekken vanuit de leefwereld van de kleuters. Via foto’s en herkenbare sociale situaties voelen kleuters zich gezien en gehoord en leren ze dat niet iedereen dezelfde vriendjes, gevoelens of ervaringen heeft. Zo worden verschillen op een warme en veilige manier bespreekbaar. In het rollenspel denken kleuters samen na over wat vriendjes doen, hoe iemand zich voelt en wat je kan doen als iets niet fijn loopt. Zo oefenen ze helpen, delen, troosten en reageren op ruzie of buitensluiten. Mijn rol is om gevoelens en gedrag te benoemen, positieve interacties te versterken en kleuters taal te geven om grenzen aan te geven en hulp te vragen. Zo ervaren ze dat iedereen erbij hoort en dat we samen zorgen voor een fijne klassfeer.

Open activiteitenfiche

3.2 Vriendschapsarmbanden

De activiteit rond vriendschapsarmbanden draagt bij aan verbondenheid, omdat kleuters iets maken voor een vriendje en zo zorg en waardering voor elkaar tonen. De betekenis ligt niet alleen in het maken van de armband, maar vooral in het gebaar naar de ander. Tijdens het werken ontstaan ook kansen om verbondenheid zichtbaar te maken: kleuters delen materiaal, helpen elkaar bij het rijgen en wachten op elkaar. Ik ondersteun dit door te bevragen voor wie de armband is, waarom ze dat vriendje kiezen en door helpend gedrag expliciet te benoemen. Nadien neem ik de armbanden mee naar de kring, waar de kleuters tonen voor wie hun armband is en waarom. Zo wordt de betekenis van de activiteit zichtbaar voor de hele klasgroep en worden ook andere kleuters gemotiveerd om iets te maken voor een vriendje in de klas.

Open activiteitenfiche

3.3 Kleurenmonster en gevoelens

De activiteit met het kleurenmonster helpt om de verbondenheid in de klas te versterken, omdat kleuters leren gevoelens bij zichzelf en bij anderen beter te herkennen en te benoemen. In een klas waar niet elke kleuter al goed kan vertellen wat hij voelt is dat erg belangrijk. Door samen te kijken naar gevoelens, erover te praten en ze uit te beelden leren kleuters elkaar beter begrijpen. Ze leren niet alleen zien of gedrag lief of niet lief is, maar ook welk gevoel daarachter kan zitten. Ik maak daarbij steeds de link naar de klas: hoe voelt een ander zich, wat is fijn of niet fijn en hoe willen we in onze groep met elkaar omgaan? Zo helpt deze activiteit om meer begrip, zorg en verbondenheid tussen kleuters op te bouwen.

Open activiteitenfiche

3.4 Raad mijn vriendje

De activiteit met de blinddoek en de stemherkenning werkt verbindend, omdat kleuters elkaar op een andere en meer aandachtige manier leren waarnemen. Ze ontdekken dat verschillen in haar, stem, kleding, lengte of aanraking geen afstand hoeven te creëren, maar net kunnen bijdragen aan elkaar beter leren kennen. Tegelijk vraagt de activiteit veel respect voor grenzen en persoonlijke ruimte, waardoor zorgzaam omgaan met elkaar expliciet geoefend wordt. Doordat deelname veilig en vrijwillig blijft, wordt ook emotionele veiligheid bewaakt. Mijn rol bestaat erin om de activiteit goed te structureren, grenzen te verhelderen en respectvol gedrag voortdurend te modelleren. Zo wordt verbondenheid gekoppeld aan vertrouwen en wederzijds respect.

Open activiteitenfiche

3.5 Turnles: Duo-yoga

In de duo-yoga ervaren kleuters verbondenheid via lichamelijke afstemming, vertrouwen en gedeelde concentratie. De houdingen lukken alleen wanneer kleuters rustig samenwerken, naar elkaar kijken en hun beweging aanpassen aan de ander. Daardoor wordt verbondenheid hier geoefend als wederzijdse steun in plaats van als verbale uitwisseling. De activiteit maakt ook zichtbaar hoe belangrijk veiligheid is: proberen mag, vallen mag en opnieuw starten mag. Als leerkracht bewaak ik een klimaat waarin niet perfect uitvoeren centraal staat, maar samen proberen en elkaar helpen. Dat versterkt zowel het vertrouwen in de ander als het vertrouwen in de groep.

Open activiteitenfiche

3.6 Turnles: Hoekenwerk

Deze turnactiviteit verbindt bewegingsplezier met expliciete sociale en emotionele doelen. In de hoeken leren kleuters wachten, helpen, aanmoedigen en rekening houden met elkaar, terwijl de kleurenmonsters en de vriendschapskring gevoelens en groepsafstemming zichtbaar maken. Het slot met de vriendjesmassage versterkt de zorgzame component nog verder: kleuters ervaren hoe zacht, respectvol en aandachtig omgaan met elkaar voelt. Daardoor krijgt verbondenheid in deze activiteit zowel een dynamische als een rustgevende invulling. Mijn begeleiding richt zich op veiligheid, positieve bevestiging en het expliciet benoemen van samenwerkingsgedrag, zodat het sociale leren niet impliciet blijft.

Open activiteitenfiche

3.7 Vriendendorp

In de bouwhoek werk ik aan verbondenheid door de kleuters samen aan één betekenisvol bouwwerk te laten werken. Zij bouwen niet los van elkaar, maar creëren samen een plek waar relaties centraal staan: een huis, een speelplek of een gedeelde ruimte. De activiteit vraagt overleg, materiaal delen en het samenbrengen van deeloplossingen tot één geheel. Bovendien krijgen thema’s als helpen, ruzie oplossen en zorg voor elkaar ook inhoudelijk een plaats in het spel. Mijn begeleiding ondersteunt niet alleen het bouwen, maar ook de manier waarop kleuters tot afspraken komen en elkaars ideeën meenemen. Zo wordt de bouwhoek een plek waar verbondenheid concreet geoefend wordt.

Open activiteitenfiche

3.8 Vriendjes helpen

Deze activiteit sluit sterk aan bij mijn bachelorproef, omdat kleuters hier in een kleine groep samen een zorgsituatie uitspelen. Ze verdelen rollen, herkennen gevoelens, denken samen na over oplossingen en leren kijken naar wat een ander nodig heeft. Zo oefenen ze niet alleen samenspel, maar ook zorg dragen voor elkaar. Doordat de activiteit vertrekt vanuit herkenbare situaties, zoals verdrietig zijn, vallen, moe zijn of niet durven meespelen, sluit ze sterk aan bij het echte klasleven. Tijdens het spel begeleid ik de kleuters met gerichte vragen en taalsteun, maar ik laat hen zoveel mogelijk zelf meedenken en het spel mee vormgeven. Zo ervaren kleuters verbondenheid als elkaar helpen, begrijpen en ondersteunen.

Open activiteitenfiche

Thema 4: Bouwen

Binnen het thema bouwen werk ik aan verbondenheid door kleuters samen te laten construeren, samen verantwoordelijkheid te laten opnemen en samen oplossingen te laten zoeken. Ik zet bouwactiviteiten daarom bewust in als momenten van overleg, hulp, taakverdeling en gezamenlijke succeservaringen. Zo wordt bouwen niet iets wat kleuters naast elkaar doen, maar iets wat hen met elkaar verbindt.

4.1 Kraan bouwen

Het maken van een gezamenlijke kraan is een sterk voorbeeld van verbondenheid via gedeeld eigenaarschap. De kleuters maken niet elk een eigen werkstuk, maar dragen om beurten bij aan één gemeenschappelijk object dat later ook in de themahoek gebruikt wordt. Daardoor ervaren zij dat hun bijdrage deel uitmaakt van iets groters dan hun individuele handeling. De activiteit versterkt verbondenheid omdat samenwerken functioneel nodig is: vasthouden, schilderen, duwen, trekken en samen testen. Mijn begeleiding maakt de bijdrage van elke kleuter zichtbaar en waardevol, zodat niemand toeschouwer blijft. Het nabeschouwen versterkt die gedeelde trots nog verder.

Open activiteitenfiche

4.2 Samen oplossen en bouwen

De activiteit met probleemkaarten sluit sterk aan bij mijn bachelorproef, omdat kleuters per twee samenwerken aan één concreet bouwprobleem. Ze moeten luisteren naar elkaars ideeën, samen kiezen, iets uittesten en eventueel bijsturen. Daardoor ontstaat verbondenheid niet alleen uit het samen bouwen, maar uit het samen denken en samen zoeken naar een oplossing. Belangrijk is ook dat verschillen in mening hier niet vermeden worden, maar begeleid worden als leerkans. Mijn rol is om het overleg te structureren, positieve interacties te benoemen en fouten of mislukte pogingen te normaliseren. Zo wordt de bouwhoek een oefenruimte voor zowel technisch denken als relationeel groeien.

Open activiteitenfiche

Slotreflectie bij de thematische werking

Wanneer ik de thematische werking over de vier thema’s heen bekijk zie ik duidelijk dat verbondenheid niet ontstaat door één soort activiteit, maar door een samenhangende pedagogische aanpak. In elk thema voorzie ik andere ingangen: samen ontdekken in kriebelbeestjes, samen creëren en bewegen in boerderij, gevoelens en zorg expliciet oefenen in vriendschap en samen construeren in bouwen. Die variatie is belangrijk, omdat verbondenheid in een kleuterklas op verschillende manieren groeit: via gedeelde verwondering, via samenwerking, via taal over gevoelens, via zorg voor elkaar, via lichamelijke afstemming en via gezamenlijke succeservaringen. Tegelijk blijft de onderliggende lijn in alle thema’s dezelfde. Ik werk bewust aan een sterk wij-gevoel, aan doelgerichte samenwerking, aan een veilige sfeer waarin proberen mag, aan positieve bevestiging, aan betrokkenheid van alle kleuters en aan reflectiemomenten waarin samenleven en samenspel bespreekbaar worden. Daardoor sluiten mijn thematische activiteiten inhoudelijk en didactisch aan bij de ontwerpeisen van mijn bachelorproef en bij de visie die ik op mijn website beschrijf. Voor mij tonen deze thema’s dus niet alleen wat ik belangrijk vind, maar vooral hoe ik dat in de praktijk vormgeef. Verbondenheid blijft in mijn klas geen abstract begrip, maar wordt zichtbaar in concrete keuzes: hoe ik activiteiten organiseer, hoe ik groepen samenstel, hoe ik begeleid, welke taal ik gebruik en hoe ik met kleuters terugblik op wat ze samen beleefd hebben. Op die manier bouw ik stap voor stap aan een klasgroep waarin kleuters niet alleen leren met elkaar, maar ook leren voor elkaar en van elkaar.

Activiteiten rond verbondenheid