Mijn ontwerpeisen

1. Mijn interventies versterken structureel het wij-gevoel in de klas.

Ik wil bewust groepsmomenten en activiteiten voorzien waarin kleuters samen iets beleven, samen een doel bereiken en zich deel voelen van de klasgroep (Boland et al., 2022; Vansteenkiste & Soenens, 2025).

2. Mijn interventies stimuleert doelgerichte samenwerking tussen kleuters

Ik wil activiteiten aanbieden waarin kleuters moeten samenwerken, overleggen, helpen en samen tot een resultaat komen (Nafiu et al., 2025; Boland et al., 2022).

3. Mijn interventies creëren een veilige klasomgeving waarin fouten maken mag.

Ik wil een klas creëren waarin kleuters zich veilig voelen, zichzelf mogen zijn en weten dat fouten maken erbij hoort (Vansteenkiste & Soenens, 2025; Huyse & Vancraeyveldt, 2018).

4. Mijn interventies stimuleren structureel positieve interacties en bevestiging.

Ik wil positief gedrag tussen kleuters zichtbaar maken en versterken door complimenten, bevestiging en waardering een vaste plaats te geven in de klas (Vansteenkiste & Soenens, 2025; Boland et al., 2022).

5. Mijn interventies hebben expliciete aandacht voor inclusie en betrokkenheid van alle kleuters.

Ik wil aandacht hebben voor alle kleuters, ook voor kleuters die minder spontaan deelnemen, zich sneller terugtrekken of moeilijker aansluiting vinden bij de groep (Huyse & Vancraeyveldt, 2018; Boland et al., 2022).

6. Ik hanteer als leerkracht een participatieve en sensitieve interactiestijl.

Ik wil kleuters ernstig nemen, luisteren naar hun gevoelens, open vragen stellen en inspraak geven waar dat mogelijk is (Vansteenkiste & Soenens, 2025; Huyse & Vancraeyveldt, 2018).

7. Mijn interventies voorzien dagelijkse relationele contactmomenten.

Ik wil elke kleuter dagelijks laten voelen dat hij of zij gezien is, bijvoorbeeld door een persoonlijke begroeting, een kort gesprek of een warm contactmoment (Huyse & Vancraeyveldt, 2018).

8.Mijn interventies voorzien materiële en organisatorische voorwaarden die samenwerking ondersteunen.

Ik wil ervoor zorgen dat de klasomgeving, het materiaal en de organisatie samenwerking tussen kleuters mogelijk en aantrekelijk maken (Nafiu et al., 2025; Huyse & Vancraeyveldt, 2018).

9.Mijn interventies bevatten structurele reflectiemomenten rond samenleven en samenspel.

Ik wil momenten inbouwen waarop kleuters samen kunnen nadenken en praten over gevoelens, samenspelen, ruzies en oplossingen. (Huyse & Vancraeyveldt, 2018; Vansteenkiste & Soenens, 2025).